U kunt faxgebeurtenissen weergeven met Logboeken in Serverbeheer, Computerbeheer of de pagina Rol van faxserver. Net als gebeurtenissen voor andere functies worden faxgebeurtenissen weergegeven met een toelichting en ook vaak met een foutcode. Er zijn vier gebeurteniscategorieën: algemeen, binnenkomend, uitgaand, en initialisatie of afsluiting.

Met Fax Service-beheer kunt u de grootte van uw gebeurtenislogboeken beheren door gevoeligheidsniveaus voor gebeurtenistypen op te geven om te beperken welke gebeurtenissen worden geregistreerd. De gevoeligheidsschaal is een vierrpuntsschaal die van Geen tot Hoog loopt. Met Geen worden geen (0) gebeurtenissen getraceerd. Met Hoog worden alle gebeurtenissen getraceerd. (De standaardwaarde is 3.)

Traceerniveaus voor faxservicegebeurtenissen configureren
  1. Open Fax Service-beheer.

  2. Klik in het linkerdeelvenster met de rechtermuisknop op Fax en klik vervolgens op Eigenschappen.

  3. Sleep de schuifregelaar voor elk gebeurtenistype op het tabblad Gebeurtenissenrapporten naar links of rechts om de gevoeligheidsniveaus te wijzigen.

  4. U ontvangt een waarschuwing dat de faxservice moet worden gestopt en opnieuw moet worden gestart. Als u geen waarschuwing ontvangt, klikt u met de rechtermuisknop op Fax, klikt u op Stoppen, klikt u opnieuw met de rechtermuisknop op Fax en klikt u op Starten.

Aanvullende overwegingen

  • U kunt alleen faxonderdelen configureren als u lid bent van de groep Administrators of als de juiste bevoegdheid aan u is overgedragen.

  • Als u Fax Service-beheer wilt openen, klikt u op Start, wijst u Systeembeheer aan en klikt u vervolgens op Fax Service-beheer.

Aanvullende naslaginformatie


Inhoudsopgave